Personal tools

Home Newsroom Legal News Kosten eigen aan de werkgever – omkering bewijslast ten voordele van de RSZ
Advocaten | Avocats

Kosten eigen aan de werkgever – omkering bewijslast ten voordele van de RSZ

last modified Feb 27, 2017 03:42 PM
De programmawet van 23 december 2009 voorziet in een omkering van de bewijslast – voor sociale zekerheidsdoeleinden – van forfaitair terugbetaalde beroepskosten.

Huidige regeling

De terugbetaling van kosten gemaakt door een werknemer in de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst, vormt geen loon en maakt dus niet het voorwerp uit van sociale zekerheidsbijdragen. De werkgever heeft de keuze de beroepskosten ofwel op voorlegging van stukken terug te betalen ofwel dit via een forfaitaire vergoeding te doen. De laatste optie kan enkel indien de forfaitaire vergoeding in redelijke verhouding staat tot de reële beroepskosten. Laatstgenoemde techniek wordt in praktijk vaak toegepast ter vereenvoudiging van de administratie en omdat in praktijk niet alle kosten steeds kunnen worden bewezen.

Hoewel de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) bleef volhouden dat de werkgever diende te bewijzen dat de forfaitaire vergoedingen redelijk waren en een terugbetaling van reële kosten vormden, stelde het Hof van Cassatie steeds opnieuw en duidelijk dat de bewijslast van het loonkarakter van dergelijke vergoedingen bij de RSZ lag.

De programmawet

De wetgever heeft via de programmawet – met het oog op een vlottere bewijsvoering op het gebied van de terugbetaling van beroepskosten – een omkering van de bewijslast ten voordele van de RSZ ingevoerd.

De omkering van de bewijslast is geïnspireerd op de bestaande wettelijke regeling op fiscaal vlak waarbij de werkgever een dubbele bewijslast draagt : de werkgever dient immers enerzijds het professionele karakter van de kosten en anderzijds de realiteit van de uitgaven, aan te tonen.

De omkering van de bewijslast voor sociale zekerheidsdoeleinden zorgt voor een gelijkaardige regeling op dit vlak met als verschil evenwel dat er – in tegenstelling tot met de fiscus – geen mogelijkheid bestaat om een voorafgaande ruling af te sluiten met de RSZ in verband met de hoogte van de aan de werknemers toegekende forfaitaire onkostenvergoedingen.

De werkgever zal dus in de toekomst ook voor sociale zekerheidsdoeleinden zowel het professionele karakter als de realiteit van de forfaitair terugbetaalde kosten moeten aantonen. De werkgever kan dit bewijs leveren door alle bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

Het opmaken van een degelijk onderbouwd dossier met de nodige bewijsstukken zal een must worden om een herkwalificatie van (een deel) van de forfaitaire onkostenvergoedingen in loon – met alle daaraan gekoppelde gevolgen – te vermijden. Als methode zou bijvoorbeeld het bijhouden van alle bewijsstukken van kosten over een periode van 3 maanden kunnen gebruikt worden, op basis waarvan men nadien een redelijk gemiddeld vastlegt als forfaitaire kostenvergoeding.

Deze nieuwe regeling is in werking getreden op 1 januari 2010.

Didier Berckmans, Avocat/Advocaat, Tel.: + 32 800 70 66, E-mail: diberckmans@laga.be
Thomas Martens, Avocat/Advocaat, Tel.: + 32 56 59 43 35, E-mail: thmartens@laga.be

Click here for the English version.
Click here for the French version.

Laga Newsletter

Subscribe button

Breakfast meetings

Bkfst_New                               

Laga organises regular breakfast meetings on the latest legal developments in employment, pensions and benefits. Participation is free of charge. Check our events page for more information on the next session.