Personal tools

Home Newsroom Legal News Inbreng in natura: werd de revisor opzij geschoven?
Advocaten | Avocats

Inbreng in natura: werd de revisor opzij geschoven?

last modified Feb 27, 2017 03:41 PM
Het Koninklijk Besluit van 8 oktober 2008 tot wijziging van het Wetboek van Vennootschappen [1] heeft de regels met betrekking tot inbreng in natura gedeeltelijk gewijzigd. De nieuwe regels zullen op 1 januari 2009 in werking treden [2].

Deze wijzigingen maken deel uit van een groter aantal maatregelen genomen ter bevordering van de economische efficiëntie en competitiviteit van vennootschappen, zonder hierbij aan de bescherming van schuldeisers en aandeelhouders te raken. De grootste vernieuwing is dat vennootschappen thans aandelen kunnen uitgeven als vergoeding voor een inbreng in natura, zonder dat zij hiervoor een waardering van de commissaris nodig hebben indien er een duidelijk referentiepunt bestaat voor dergelijke inbreng.

Het Koninklijk Besluit implementeert de Richtlijn 2006/68/EG tot wijziging van de Tweede “Kapitaal Richtlijn” vennootschapsrecht[3]. Hoewel het toepassingsgebied van de Richtlijn beperkt is tot naamloze vennootschappen (NV), heeft de Belgische wetgever ervoor gekozen de toepassing van de nieuwe regels uit te breiden naar de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (BVBA) en de coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (CVBA).

De nieuwe regels wijzigen het Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot de regels voor inbreng in natura en zijn mutatis mutandis van toepassing op de inbreng in natura naar aanleiding van de oprichting van de vennootschap, de quasi-inbreng en de kapitaalsverhoging door middel van inbreng in natura.

Zoals voordien dienen verschillende formaliteiten en vereisten nageleefd te worden teneinde een inbreng in natura te doen en deze regels bleven ongewijzigd. Het basisprincipe blijft het vereiste van een waarderingsverslag door de commissaris. Volgens de nieuwe regels zijn er echter bepaalde omstandigheden waarin er geen waardering door de commissaris vereist is bij een inbreng in natura; namelijk wanneer de inbreng in natura betrekking heeft op:

  1. effecten of geldmarktinstrumenten [4];die worden gewaardeerd tegen de gewogen gemiddelde koers waartegen zij gedurende drie maanden voorafgaand aan de daadwerkelijke datum van de verwezenlijking van de inbreng in natura op een of meer gereglementeerde markten [5] zijn toegelaten;
  2. vermogensbestanddelen andere dan de in (i) bedoelde effecten en geldmarktinstrumenten, welke reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een waardering door een bedrijfsrevisor, indien volgende voorwaarden worden nageleefd:
    1. de waarde in het economisch verkeer werd bepaald op een datum die niet meer dan zes maanden aan de effectieve datum van de inbreng voorafgaat; en
    2. de waardering is uitgevoerd met inachtneming van de algemeen aanvaarde normen en beginselen voor waardering (bv. de “international valuation standards” en de “international private equity and venture capital guidelines”)
  3. vermogensbestanddelen andere dan de in (i) bedoelde effecten en geldmarktinstrumenten, waarbij de waarde in het economisch verkeer van elk vermogensbestanddeel is afgeleid uit de jaarrekeningen van het voorgaande boekjaar, mits het verslag van de commissaris een verklaring zonder voorbehoud bevat.

Een waardering door een bedrijfsrevisor is echter nog steeds vereist voor de in (i) bedoelde instrumenten, indien de koers werd beïnvloed door uitzonderlijke omstandigheden die tot een aanzienlijke wijziging van de waarde van het vermogensbestanddeel op de effectieve datum van inbreng ervan leiden, met inbegrip van situaties waarin de markt voor dergelijke instrumenten niet meer liquide is.

Voorts zal een waardering door een bedrijfsrevisor ook vereist zijn voor de in (ii) en (iii) bedoelde instrumenten, indien er (a) nieuwe bijzondere omstandigheden zouden leiden tot een aanzienlijke wijziging van de waarde in het economisch verkeer van het vermogensbestanddeel op de effectieve datum van inbreng ervan of (b) indien (a) niet van toepassing is, kunnen één of meer aandeelhouders, die op de dag dat het besluit tot quasi-inbreng wordt genomen gezamenlijk ten minste 5% van het geplaatste kapitaal in hun bezit hebben, een waardering door een bedrijfsrevisor eisen.

Tenslotte dient de vennootschap binnen één maand na de effectieve datum van de inbreng in natura een verklaring met bepaalde informatie over de inbreng in natura neer te leggen bij het Rechtspersonenregister.

David Roelens, Avocat Associé/Advocaat Vennoot, Tel. : + 32 2 800 71 32, E-mail : droelens@laga.be
Dries Deforche, Advocaat/Avocat, Tel.: + 32 2 800 70 75, E-mail: ddeforche@laga.be

Click here for the English version.
Click here for the French version.

[1]Koninklijk besluit van 8 oktober 2008 tot wijziging van het Wetboek van Vennootschappen ingevolge de Richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 tot wijziging van Richtlijn 77/91/EEG van de Raad met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal.
[2]En dienen geratificeerd te worden bij wet voor 31 juli 2009. Men gaat er van uit dat dergelijke wet voor 31 juli 2009 zal afgekondigd worden.
[3]Richtlijn 77/91/EEG van de Raad met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal.
[4]Zoals gedefinieerd in artikel 2,31° en 32° van de Wet van 2 augustus 2002.
[5]Zoals gedefinieerd in artikel 2,3°,5° en 6° van de Wet van 2 augustus 2002.

Laga Newsletter

Subscribe button

Breakfast meetings

Bkfst_New                               

Laga organises regular breakfast meetings on the latest legal developments in employment, pensions and benefits. Participation is free of charge. Check our events page for more information on the next session.