Personal tools

Home Newsroom Legal News Grondwettelijk Hof vernietigt termijn voor verzoeken tot voortzetting van de rechtspleging bij Raad voor Vergunningsbetwistingen
Advocaten | Avocats

Grondwettelijk Hof vernietigt termijn voor verzoeken tot voortzetting van de rechtspleging bij Raad voor Vergunningsbetwistingen

last modified Aug 01, 2014 10:53 AM

Nadat het Grondwettelijk Hof eerder de bestuurlijke lus strijdig ongrondwettig verklaarde (zie hierover onze Newsflash van 15 mei 2014), heeft het in zijn arrest nr. 98/2014 van 30 juni 2014 nu ook twee andere bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) vernietigd met betrekking tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Het annulatieberoep betrof de bepalingen met betrekking tot de vereenvoudigde procedure, de korte termijn van vijftien dagen in het kader van de ‘hakbijlprocedure’ en ten slotte de delegatie van bevoegdheden aan de Vlaamse Regering in artikel 4.8.34 §2 VCRO.

Daar waar de bepalingen in de VCRO met betrekking tot de vereenvoudigde procedure overeind bleven, verklaarde het Hof de vervaltermijn in het kader van een verzoek tot voortzetting en de bepaling die de Vlaamse regering machtigt om de bezoldiging van de leden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen vast te leggen, ongrondwettig.

Hakbijlprocedure en verkorte termijn voor indienen verzoek tot voortzetting

Artikel 4.8.19 VCRO voert een zogenaamde ‘hakbijlprocedure’ in bij de rechtspleging voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen om procespartijen tot een actievere rol te bewegen in het procesverloop. Partijen die na afloop van de schorsingprocedure ongelijk hebben gekregen, moeten met een verzoek tot voorzetting van de rechtspleging aangeven of zij de procedure voor de Raad nog willen verderzetten.

Indien dergelijk verzoek uitblijft, kan de Raad versneld de vernietiging van de bestreden beslissing, dan wel de afstand van het geding vaststellen, wat een abrupt einde kan stellen aan de ingeleide procedure.

Het verzoek tot voortzetting moet worden ingediend binnen een vervaltermijn van vijftien dagen vanaf de betekening van het schorsingsarrest. Hoewel het Grondwettelijk Hof in zijn beoordeling erkent dat de decreetgever met de ‘hakbijlprocedure’ een wettig doel nastreeft, was het Hof de mening toegedaan dat een termijn van vijftien dagen afbreuk kan doen aan de rechten van de verdediging wanneer dit de partijen niet in staat zou stellen voldoende overleg te plegen met hun advocaat. Het Hof vond de maatregel bovendien niet relevant voor het nagestreefde doel. Een dergelijk korte termijn van vijftien dagen zou immers met zich kunnen meebrengen dat partijen steeds een verzoek tot voortzetting indienen. Hierdoor zou de ‘hakbijlprocedure’ haar doel missen. Het Grondwettelijk Hof verklaarde het beroep gegrond. Het vernietigde slechts de woorden ‘vijftien dagen’ in artikel 4.8.19 VCRO, waardoor de desbetreffende bepaling voor verzoeken tot voortzetting voor het overige overeind blijft.

Bijzondere machtiging voor het vaststellen van de bezoldigingsregeling

Artikel 4.8.34 §2 VCRO, eveneens ter toetsing voorgelegd aan het Hof, verleent aan de Vlaamse Regering de bijzondere machtiging om de bezoldiging, toelagen en vergoedingen van de raadsleden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen te bepalen. In dat verband wees het Hof er op dat het algemeen rechtsbeginsel van onafhankelijkheid en onpartijdigheid geldt voor alle rechtscolleges, dus ook ten aanzien van de raadsleden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Teneinde de onafhankelijkheid van de rechter te waarborgen, vereisen artikelen 146 en 161 van de Grondwet dat de bevoegde decreetgever de bezoldiging van de leden van een administratief rechtscollege zelf regelt. Hoewel een verwijzing naar een bestaande loonschaal of een barema in het VCRO volgens het Hof kan volstaan, was deze in de bestreden bepaling afwezig. Door de Vlaamse Regering te machtigen om de volledige bezoldigingsregeling vast te stellen via uitvoeringsbesluit, ontzegt de decreetgever aan de rechtsonderhorigen op discriminatoire wijze de waarborgen van artikel 146 en 161 van de grondwet, alsook van het algemeen rechtsbeginsel van de onafhankelijkheid. De bezoldingsregeling van de leden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen had aldus via decreet en niet via uitvoeringsbesluit moeten geregeld worden. Het Hof besloot dat artikel 4.8.34 §2 VCRO de grondwet schendt en vernietigde deze bepaling.

Gevolgen van de vernietiging

Het Grondwettelijk Hof besloot in te gaan op het verzoek van de Vlaamse Regering om in geval van vernietiging van artikel 4.8.34 § 2 VCRO de gevolgen van die bepaling te handhaven. De gevolgen van deze bepaling blijven aldus gehandhaafd tot aan de inwerkingtreding van het decreet van het Vlaamse Gewest van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en ten laatste tot 31 december 2014. Vanaf die datum worden zowel artikel 4.8.34 § 2 VCRO, alsook besluiten van de Vlaamse Regering genomen op basis van deze bijzondere machtiging voor niet geschreven gehouden, zelfs indien het voormelde decreet voor die datum niet in werking is getreden.

Wat betreft de vernietiging van de termijn van vijftien dagen in artikel 4.8.19 VCRO, werd geen handhaving uitgesproken door het Grondwettelijk Hof. Welke termijn derhalve zal gelden voor het instellen van een verzoek tot voortzetting is onzeker. In afwachting van een hersteldecreet, zou de Raad kunnen vooropstellen dat dergelijk verzoek tot voortzetting binnen een ‘redelijke termijn’ wordt ingediend. Te verwachten valt dat een ‘redelijke termijn’ dertig dagen zou kunnen zijn, in de lijn van wat geldt voor de Raad van State. Een hersteldecreet zal hier hopelijk spoedig soelaas brengen.

Vordering tot intrekking

De publicatie van het vernietigingsarrest in het Belgisch Staatsblad van 22 juli 2014 verleent aan het vernietigingsarrest een absoluut gezag van gewijsde. In principe blijven de akten, reglementen en de rechterlijke beslissingen die gesteund zijn op de vernietigde bepaling bestaan. Echter, partijen bij de betrokken beslissingen of arresten, of zij die daartoe behoorlijk waren opgeroepen, kunnen een vordering tot intrekking instellen bij het rechtscollege dat de bestreden beslissing heeft gewezen. Naar aanleiding van dergelijke vorderingen kunnen beslissingen met kracht van gewijsde en arresten van de Raad voor Vergunningsbetwistingen die steunen op de vernietigde bepalingen, worden ingetrokken. Dit rechtsmiddel kan aangewend worden om een procedure te heropenen die werd afgesloten door toepassing van artikel 4.8.19 VCRO. Vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het arrest loopt hiervoor een termijn van zes maanden te rekenen vanaf publicatie in het Belgisch Staatsblad. Verder kan men elk administratief of gerechtelijk beroep instellen tegen bestuurshandelingen die steunen op de vernietigde bepalingen, ongeacht of de daartoe voorgeschreven termijn verstreken is, eveneens op voorwaarde dat dit gebeurt binnen de zes maanden na publicatie van het vernietigingsarrest.

Kathleen De hornois, Advocaat-vennoot/Avocat associé, Tel.: +32 2 800 70 60, E-mail: kdehornois@laga.be  
Katrien Kempe, Advocaat/Avocat, Tel.: +32 2 800 70 34, E-mail: kakempe@laga.be

Click here to read English version

Laga Newsletter

Subscribe button

Breakfast meetings

Bkfst_New                               

Laga organises regular breakfast meetings on the latest legal developments in employment, pensions and benefits. Participation is free of charge. Check our events page for more information on the next session.