Personal tools

Home Newsroom Legal News Nieuw decreet onroerend erfgoed
Advocaten | Avocats

Nieuw decreet onroerend erfgoed

last modified Feb 27, 2017 03:46 PM
Met het nieuw decreet onroerend erfgoed (1) komt de Vlaamse decreetgever tegemoet aan het versnipperd regelgevend landschap inzake onroerend erfgoed. De verschillende onroerend erfgoedvormen worden voortaan op een zelfde manier aangepakt, weliswaar rekening houdend met de grote verschijningsvormen aan onroerend erfgoed in Vlaanderen.

In deze nieuwsbrief worden 4 highlights toegelicht van het nieuwe decreet, dat vermoedelijk begin 2015 in werking zal treden: de nieuwe bescherming als onroerend en archeologisch erfgoed; de toegang tot informatie over het beschermd statuut; de nieuwe informatieverplichtingen bij overdracht van onroerende goederen en ten slotte de handhavingsregeling.

1. Bescherming als onroerend erfgoed

Op basis van één van 4 verschillende beschermingsstatuten (een beschermd monument; een beschermd cultuurhistorisch landschap; een beschermd stads- of dorpsgezicht; of een beschermde archeologische site), kan waardevol onroerend erfgoed worden beschermd voor toekomstige generaties. Een beschermingsprocedure start vaak vanuit de opname in erfgoedinventarissen (cfr infra), waarna een gedocumenteerde aanvraag wordt geformuleerd tot bescherming.

Naar analogie met de actuele regelgeving, wordt vervolgens voorzien in een tweetrapsprocedure met een voorlopig en definitief beschermingsstatuut. Het beschermingsbesluit zelf wordt echter gemoderniseerd en de gegevens die in een beschermingsbesluit dienen te worden opgenomen worden decretaal uitgebreid en verankerd, zodat onmiddellijk de relevante informatie beschikbaar is voor zowel de zakelijk rechthouders als de overheid.

Na een voorlopig beschermingbesluit wordt een openbaar onderzoek georganiseerd en kan binnen maximaal 12 maanden worden overgegaan tot het nemen van een definitief beschermingsbesluit.

Beide beschermingsstatuten hebben concrete rechtsgevolgen: een actieve behoudsplicht van de zakelijke rechthouders en gebruikers; een passieve behoudsplicht: het is voor iedereen verboden om beschermde goederen te ontsieren, te beschadigen, te vernielen of andere handelingen te stellen die de erfgoedwaarde ervan aantasten; bepaalde handelingen aan of in beschermde goederen vereisen de toelating van het agentschap Onroerend Erfgoed of van de erkende onroerenderfgoedgemeente.

Gelet op de eigenheid van archeologisch erfgoed, dat in het voorliggend decreet een preciezere invulling krijgt, voert het decreet, bovenop de instrumenten voor behoud en beheer die ook voor de andere onroerend erfgoedvormen van toepassing zijn, bijkomende maatregelen in die betrekking hebben op het archeologisch erfgoed zelf, alsmede op het onderzoek ernaar. De zakelijke rechthouders en gebruikers van archeologische artefacten en archeologische ensembles hebben bijvoorbeeld de verplichting het ensemble als een geheel te bewaren, het in goede staat te behouden en beschikbaar te houden voor wetenschappelijk onderzoek. In specifieke situaties dient de vergunningsaanvrager bij zijn aanvraag een door een erkend archeoloog bekrachtigde archeologienota te voegen. Verder dient ook een archeologisch vooronderzoek gevoerd te worden voorafgaand aan de aanvraag van een stedenbouwkundige- of verkavelingsvergunning. Mogelijks dient tenslotte ook een een archeologierapport worden samengesteld ter omschrijving van de uitgevoerde werken en resultaten, van de verdere aanpak evenals een gemotiveerd voorstel betreffende het bewaren of deponeren van het archeologisch ensemble.

2. Informatie over (beschermd) onroerend erfgoed

Zowel overheden als andere belanghebbenden hebben groot belang om op een eenvoudige manier correcte informatie terug te vinden over waardevol erfgoed en beschermde goederen. Dit kan via inventarissen, een algemeen toegankelijke digitale databank alsook eventuele visuele waar te nemen herkenningstekens.

Inventarissen geven een feitelijk overzicht van onroerenderfgoedwaarden in Vlaanderen en zijn een eerste indicatie naar mogelijke latere formele bescherming toe. Met het nieuwe decreet wordt aan 5 inventarissen (de inventaris van gekende archeologische zones; de inventaris van het bouwkundig erfgoed; de inventaris van historische tuinen en parken; de inventaris houtachtige beplanting met erfgoedwaarde en de landschapsatlas) een rechtsgrond en rechtsgevolgen toegekend. De inventarissen worden daarenboven digitaal toegankelijk 2 gemaakt voor het publiek.

Het decreet benadrukt evenwel dat de vaststelling in een inventaris geen nadelige rechtsgevolgen heeft voor de burger in die zin dat de opname geen weigeringsmotief is in vergunningsaanvragen. De opname kan daarentegen wel als een weigeringsgrond worden ingeroepen voor werken, activiteiten of processen van een administratieve overheid.

Eenieder krijgt toegang tot alle beschermde onroerende goederen via een digitale databank waarin alle voorlopige en definitieve beschermingsbesluiten3 zijn opgenomen.

Visueel kan eenieder ook onroerend erfgoed erkennen door een herkenningsteken dat wordt ingevoerd en dat kan worden aangebracht op een bepaald object of specifieke beschermde zone beschermd is.

3. De informatieverplichtingen

Het spreekt voor zich dat de opname in een inventaris of een bescherming als onroerend erfgoed een belangrijk gegeven is voor iedereen die ermee wordt geconfronteerd en in het bijzonder de kandidaat-kopers van een onroerend goed. Het nieuwe decreet onroerend erfgoed introduceert in dit kader een uniforme informatieverplichting door overdragers aan kandidaat-kopers of huurders, enerzijds op het moment van de publiciteit voor de overdracht of terbeschikkingstelling van het onroerend goed en anderzijds op het moment van het verlijden van de onderhandse en authentieke akten4. Verder voorziet het decreet ook in een informatieplicht voor de notaris bij herstelmaatregelen in geval van een inbreuk op het decreet of wanneer bestuurlijke maatregelen getroffen worden (cfr infra).

4. De handhavingsregeling

De schendingen van dit decreet worden enerzijds gesanctioneerd via bestuurlijke geldboetes, genaamd inbreuken, anderzijds worden alle andere schendingen beschouwd als misdrijven. Het decreet introduceert ook efficiëntere en daadkrachtige mechanismen om inbreuken op de decretale bepalingen te handhaven en te bestraffen.

De dagvaardingen voor de strafrechter voor misdrijven, zoals het slopen zonder vergunning van een in de inventaris bouwkundig erfgoed opgenomen onroerend erfgoed, worden overgeschreven in de registers van de hypotheekbewaarder met het oog op de bescherming van potentiële kopers van het desbetreffende onroerend goed. Een administratieve geldboete kan daarentegen bijvoorbeeld worden opgelegd door de inspecteur Onroerend Erfgoed, bij het niet naleven van de informatieplicht.

Eveneens kunnen herstelmaatregelen worden bevolen door de strafrechter of burgerlijke rechter, zoals het integrale herstel van de veroorzaakte schade of de gehele of gedeeltelijke reconstructie van het vernietigde goed. Zolang de vaststelling van uitvoering van de bevolen herstelmaatregelen niet is ingeschreven op de kant van de overschrijving van de gedinginleidende akte, dient de nieuwe eigenaar het engagement aan te gaan om de bevolen werken uit te voeren.

Verder voorziet het decreet in de mogelijkheid voor de respectievelijke bestuursinstantie om zichzelf in dringende gevallen een titel te verschaffen tot het uitvoeren of doen uitvoeren van herstelacties onder een a posteriori in plaats van een a priori rechterlijke controle. Deze bestuurlijke dwangmaatregelen kunnen bijvoorbeeld de vorm aannemen van een stakingsbevel of een last onder dwangsom.

In tegenstelling tot voorgaande regelgeving, voorziet het decreet tenslotte in de mogelijkheid tot minnelijke schikking van de burgerrechtelijke gevolgen van de inbreuk. De minnelijke schikking wordt opgenomen in een akte die wordt overgeschreven in het hypotheekkantoor. De uitvoering van de minnelijke schikking wordt in het hypotheekkantoor overgeschreven op de kant van de akte. Zolang dit niet is overgeschreven, dient de notaris zijn informatieplicht na te leven alsmede de nieuwe zakelijke rechthouder de eenzijdige verbintenis tot uitvoering van de minnelijke schikking op zich te nemen.

Kathleen De hornois, Advocaat-vennoot/Avocat associé, Tel.: +32 2 800 70 60, E-mail: kdehornois@laga.be
Katrien Kempe, Advocaat/Avocat, Tel.: +32 2 800 70 34, E-mail: kakempe@laga.be
Steven Verbeyst, Advocaat/Avocat, Tel: +32 2 800 70 82, E-mail: sverbeyst@laga.be

Click here to read English version
Click here to read French version

1 Decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed, BS 17 oktober 2013, pagina 74.104.
2 via: https://www.onroerenderfgoed.be/nl/onderzoek/inventarisatie-inventarissen/  
3 https://beschermingen.onroerenderfgoed.be/
4 Art. 6.4.8, art. 6.4.9 en 4.1.11 Decreet onroerend erfgoed.

Laga Newsletter

Subscribe button

Breakfast meetings

Bkfst_New                               

Laga organises regular breakfast meetings on the latest legal developments in employment, pensions and benefits. Participation is free of charge. Check our events page for more information on the next session.