Personal tools

Home Newsroom België is het tweede duurste land in Europa voor ontslag
Advocaten | Avocats

België is het tweede duurste land in Europa voor ontslag

last modified Sep 19, 2012 05:00 PM
Brussel, 19 september 2012 – Advocatenkantoor Laga kondigt vandaag de resultaten aan van een vergelijkend onderzoek dat het - in nauwe samenwerking met haar Europese partners van haar internationale netwerk – uitvoerde over de ontslagregels in 25 landen (1). Het onderzoek toont aan dat België, na Italië, het tweede duurste land is voor ontslag. Hier bestaat een bijzondere tegenstelling: in België is het ontslag van een bediende significant duurder dan in de rest van Europa, maar als het gaat over het ontslag van een arbeider, dan is het omgekeerde het geval. Het feit dat België (als enige land) tot op vandaag een wettelijk onderscheid maakt tussen bedienden en arbeiders, is volgens onder meer het Grondwettelijk Hof tot regelrechte en openlijke discriminatie. Bovendien is België één van de weinige landen waar de werkgever een absolute ontslagmacht heeft: hij hoeft geen reden op te geven noch specifieke formaliteiten te vervullen die de ontslagkost van het bedrijf zou kunnen beïnvloeden. De studie toont ook aan dat de verwachte kost van een ontslag in een West-Europees land gemiddeld minstens 2 maal hoger ligt dan in een Centraal-Europees land. Naar aanleiding van de economische crisis in de Eurozone hebben een aantal landen hun ontslagregels recent aangepast of zijn ze volop bezig dit te doen (bv. Italië en Spanje).

Laga voerde de ‘Internationale vergelijkende studie over ontslagrecht’ voor het eerst in 2009 uit. Vandaag onthult Laga de belangrijkste conclusies van de 2e editie, welke meer is dan een opfrissing van de eerste editie, omdat de studie nu in twee richtingen werd uitgebreid. Enerzijds omvat het onderzoek ditmaal 25 landen (de eerste editie onderzocht 18 landen) en anderzijds bevat deze 2e editie een cijfermatige vergelijking van de werkgeverskost in het kader van een ontslag, een unieke oefening die geen enkele andere expert ter zake aandurfde. De cijfers omvatten de ontslagkost in 22 van de 25 onderzochte landen en houden rekening met 4 verschillende scenario’s. In dit verband werd rekening gehouden met de gemiddelde kost die een werkgever in een bepaald land moet betalen om een werknemer te ontslaan én om tot een finale regeling van het ontslagdossier te komen, zonder tussenkomst van een rechter.

België is het op 1 na duurste land van allemaal voor een werkgever om iemand te ontslaan en het enige land dat nog een wettelijk onderscheid maakt tussen bedienden en arbeiders

België is – met uitzondering van Italië – het duurste land in alle praktijkvoorbeelden in de studie op vlak van ontslagkost van bedienden. Opvallend is dat de gemiddelde ontslagkost voor een werkgever om een bediende te ontslaan aanzienlijk hoger ligt in België dan in de buurlanden (en de meerderheid van de andere onderzochte landen) maar dat dit niet het geval is wanneer het ontslag een arbeider betreft. De gemiddelde kost voor een werkgever die een arbeider ontslaat, ligt in België juist aanzienlijk lager dan in onze buurlanden (en de meerderheid van de andere onderzochte landen). Het onderscheid tussen arbeiders (die geacht worden voornamelijk handenarbeid te doen) en bedienden (die geacht worden voornamelijk hoofdarbeid te doen) staat al 2 decennia ter discussie in België en Europa. België is op dit vlak de slechtste leerling van Europa en is vandaag het enige land in Europa dat dergelijk onderscheid in stand heeft gehouden.

Nicolaas Vermandel, advocaat-vennoot bij Laga geeft aan: “Wat België betreft, merken we op dat de term ‘werknemer’ in het kader van de survey gelijkgesteld werd met bediende. België is immers het laatste land in deze context waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen arbeiders en bedienden, onder meer voor wat betreft de toepasselijke ontslagregels. Dit onderscheid staat echter op de helling na een uitspraak van het Grondwettelijk Hof van 7 juli 2011 waarin duidelijk werd gesteld dat dit onderscheid niet langer houdbaar is en de wetgever dringend - en dat is meer bepaald vóór 8 juli 2013 - dient in te grijpen door deze discriminatie weg te werken. Indien dit niet gebeurt, dreigt sociale chaos. Als er geen wetswijzingen komen, kan een arbeider potentieel vanaf 8 juli 2013 dezelfde rechten eisen dan zijn collega bediende die onder soortgelijke omstandigheden ontslagen wordt. Naast tal van andere elementen vormt de ontslagbescherming en meer in het bijzonder de duur (en dus ook de daarmee gepaard gaande werkgeverskost) van de te respecteren opzegtermijn een groot verschilpunt”.

Daarnaast zullen werkgevers ook los van de wettelijke verschillen tussen arbeiders en bedienden mogelijk geconfronteerd worden met tal van andere extra-wettelijke elementen zoals het toekennen van bepaalde voordelen aan één van beide categorieën (vb. maaltijdcheques) of het toekennen van een voordeel aan beide categorieën maar met andere voorwaarden (vb. groepsverzekering met hogere percentages voor bedienden). Thomas Martens, Senior Associate bij Laga voegt toe: “We weten dat het Kabinet van de Minister van Werk werkt aan een voorstel om beide statuten te harmoniseren. Over de inhoud van de voorstellen is echter nog niets gekend”.

Naar aanleiding van de economische crisis in de Eurozone, hebben een aantal landen hun ontslagregels recent aangepast of zijn ze volop bezig dit te doen (bv. Italië en Spanje). In praktijk zal dit leiden tot een lagere ontslagkost voor de werkgever, ofwel onmiddellijk ofwel naar de toekomst toe. Bovendien zijn de lokale rechtbanken in sommige landen dankzij het huidige economische klimaat sneller geneigd om te oordelen dat een ontslag gerechtvaardigd wordt door economische redenen - dit is onder meer het geval in Spanje en Zweden. Dit laatste zal in de praktijk resulteren in een lagere beëindigingsvergoeding en bedrijfskost.

Als uitloper van de internationale studie over ontslagkost zette Laga een aantal concrete voorstellen voor een nieuw wettelijk kader omtrent ontslagrecht op een rijtje. Hierbij werd rekening gehouden met het corresponderende kostenplaatje voor de werkgever. Het voorstel dat het meest in lijn ligt met de gemiddelde kost van een ontslag in de rest van Europa, komt neer op 20 dagen opzeg per begonnen jaar anciënniteit bij de ontslaggevende werkgever.

Andere relevante conclusies van deze studie:

  • Hoewel in de meerderheid van de landen de ontslagmacht van de werkgever beperkt is en vaak onderworpen is aan strenge formaliteiten, is België één van de weinige landen waar de werkgever een absolute ontslagmacht heeft: hij hoeft geen reden op te geven noch specifieke formaliteiten te vervullen die de ontslagkost zou kunnen beïnvloeden. 
  • In 80% van de landen is er geen of slechts een beperkt verschil in ontslagkost tussen een ontslag om individuele reden of om economische reden. Enkel in Bulgarije, Denemarken, Polen, Slowakije en Tsjechië bestaat er een zichtbaar verschil qua ontslagkost tussen beide scenario’s.
  • In alle landen vormt anciënniteit (het aantal jaren dienst binnen de onderneming) het belangrijkste element bij de bepaling van de hoogte van de ontslagkost. De ontslagkost stijgt naarmate de periode gedurende de welke de werknemer voor de ontslag gevende werkgever heeft gewerkt, toeneemt. Nicolaas Vermandel: “Het is duidelijk dat anciënniteit in België – net als in vele andere Europese landen – een belangrijke factor zal zijn in de bepaling van een redelijke opzegtermijn. Wel kan hierbij de vraag worden gesteld of hierbij geen maximum dient te worden bepaald, bv. na 10 of 15 jaar anciënniteit, zodat ook de ontslagkost geplafonneerd wordt”.
  • In ongeveer de helft van de deelnemende landen is een bijkomende vergoeding vereist bovenop de opzegperiode en/of opzegvergoeding om een definitieve regeling te bereiken met de ontslagen werknemer (en zodoende enige tussenkomst van een rechtbank en de daarmee gepaard gaande risico’s op kostenstijging en procedureverlening, uit te sluiten).

Click here to read English version
Click here to read French version

(1) Azerbeidzjan, België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Rusland, Slovakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.

Laga study brochures

Internationale ontslagsurvey 2012

Intl dismiss study cover_NL

pdf button

Vergelijkende studie ontslagkost: arbeiders vs. bedienden in een grensoverschrijdend perspectief

Compar dismiss study cover_NL

pdf button